Welkom bij de Nederlandse Entomologie Vereniging

Bestuur

Momenteel bestaat het bestuur uit de volgende zeven personen (klik op de naam voor biografische informatie):

Drs. P. Koomen (Peter), voorzitter

Spinnen zijn de mooiste dieren die er bestaan en hebben dus mijn grootste belangstelling. Daarnaast vergrijp ik me ook vaak aan andere geleedpotigen die in alcohol bewaard moeten worden, zoals hooiwagens, bastaardschorpioenen, schorpioenen, teken, duizendpoten, miljoenpoten en pissebedden. Bewaren op alcohol heeft als groot nadeel dat de kleuren verdwijnen. Ik maak dan ook vaak foto's van mijn vangsten, zowel in het veld als vlak voordat ze de alcohol in gaan. Volgens mijn KLASSE-bestand telt mijn Nederlandse spinnencollectie ruim 12.000 exemplaren. Daar kunnen rustig nog een paar duizend buitenlandse exemplaren bij worden opgeteld. Het is moeilijk om echt een baan te krijgen als arachnoloog. Het is dus (tot nu toe?) bij hobbiën gebleven. Na mijn studie biologie ben ik bureauredacteur geweest, deed ik onderzoek aan gaatjespatronen bij roeipootkreeftjes (Copepoda), heb ik een paar opdrachten uitgevoerd op het grensvlak ongewervelden-biodiversiteit-natuurbescherming, organiseerde ik in 1994 de tentoonstelling SUPERinsecten in het Pesthuis te Leiden, en maakte ik als algemeen zoöloog deel uit van het team dat de permanente tentoonstellingen in Naturalis ontwikkelde (geopend in 1998). Ik verdiende daarna de kost als hoofd van het Bureau Ontwikkeling bij Naturalis. Dat werk had vaak met grote internationale tentoonstellingen te maken, en meestal niets met spinnen of insecten. Het kwam echter goed van pas dat ik bij Naturalis een grote bibliotheek onder handbereik had. Dat soort voorzieningen mis ik bij mijn huidige betrekking: sinds 1 oktober 2003 ben ik DE conservator van het Natuurmuseum Fryslân te Leeuwarden (Ljouwert). Ik beheer daar alle collecties (waaronder een niet onaanzienlijke entomologische) en zorg met een legertje vrijwilligers voor een zo goed mogelijke ontsluiting. Sind 2009 is ook de insectencollectie van het voormalige Natuurmuseum Groningen ondergebracht bij het Natuurmusem Fryslân. Tussendoor geef ik lezingen over mijn favoriete dieren. Ik heb destijds de ORDE-lijsten voor spinnen, hooiwagens, bastaardschorpioenen, duizend- en miljoenpoten en pissebedden gemaakt, die dankbaar door het CBS zijn overgenomen. Bij gebrek aan een Nederlandse spinnenvereniging ben ik vroeger al tien jaar lid geweest van het NEV-bestuur: zes jaar als organisator zomerbijeenkomsten, vier jaar als secretaris. En nu, vanaf 2016, als voorzitter.
conservator Natuurmuseum Fryslân
Uiterdijksterweg 45
8931 BL Leeuwarden
Tel 058-2893748 (privÚ), 058-2332245
Stuur email

Dr. J.A.J. Breeuwer (Hans), vice-voorzitter

Mijn interesse voor insecten werd gewerkt tijdens mijn biologiestudie toen ik deelnam aan een cursus van Prof Duijm (Groningen) waarbij we met een groep studenten en promovendi langs een noord-zuid transect eindigde in de Pyreneeën op zoek naar de hybride zone van een aantal Chorthippus sprinkhaan en Ephippiger zadelsprinkhaansoorten. Gaaf dat ik aan het einde van de cursus de meeste sprinkhaansoorten op geluid kon identificeren.

Tijdens mijn promotie-onderzoek in de Verenigde Staten aan soortvorming in de sluipwesp Nasonia hebben we ontdekt dat bacteriële symbionten van deze wespen ervoor zorgen dat er geen hybride nakomelingen kunnen worden geproduceerd en dus een rol spelen in soortvorming van insecten. Sinds 1993 doe ik onderzoek naar de evolutie en genetica van de samenwerking en tegenwerking tussen symbionten en hun gastheren aan de Universiteit van Amsterdam. Voor dit onderzoek richt ik mij op de symbionten die de geslachtsbepaling van hun gastheer (mijten) manipuleren en de gevolgen van deze symbiose voor soortvorming van spintmijten.

Sinds 1993 ben ik actief in de organisatie van de entomologendag en vanaf 2014 zit ik in het bestuur van de NEV.
Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica IBED
Postbus 94240
1090 GE Amsterdam
Tel 020-5257745
Stuur email

Drs. M. Lammers (Mark), secretaris

Nu ik dit schrijf (mei 2015), ben ik de helft van mijn leven entomoloog. Sinds mijn eerste zomerkamp met de NJN in 2003 ben ik verslingerd aan insecten en hun fascinerende ecologische interacties onderling. Dat geldt eigenlijk voor alle (Nederlandse) insecten, hoewel ik een lichte faunistische voorkeur voor heb voor kevers en wantsen. Deze groepen vormen dan ook de hoofdmoot van mijn referentiecollectie thuis. Tijdens mijn studie biologie in Wageningen maakte ik ook kennis met de toegepaste en experimentele entomologie. Die laatste werd mijn afstudeeronderwerp, waarin ik de complexe interacties tussen elkaar beconcurrerende sluipwespsoorten ontrafelde. Als promovendus aan de VU heb ik ook de kans gekregen professioneel evolutionair entomoloog te worden. Daar werk ik met een combinatie van gevestigde ecologische en de nieuwste moleculaire methoden. Hiermee behoor ik tot een nieuwe generatie entomologen: een focus op de ecologie en evolutie van het insect, met een sterke moleculaire achtergrond, Ún veel veldkennis. Daarnaast kook ik graag, speel ik dwarsfluit en ben ik bibliofiel (lekker ouderwets). De rest van mijn tijd besteed ik aan het zoeken naar verklaringen voor de hyperdiversiteit aan insecten en daarnaast grijp ik ieder moment aan om het publiek duidelijk te maken dat insecten niet vies of eng zijn. Ik hoop dat ik als secretaris van de NEV de Nederlandse entomologie weer een stapje vooruit kan helpen.
Generaal Joubertstraat 25B
2021 XA Haarlem
Tel: 06-18040529
Stuur email

Dr. C. Gielis (Cees), uitgever

Opgegroeid op Texel en in het polderlandschap tussen Vlaardingen en Delft ontwikkelde ik een grote interesse in de natuur, in het bijzonder in insecten. In de middelbare school periode startte ik met het verzamelen, snel gericht op vlinders. Naast mijn studie medicijnen bleef de vlinderwereld mijn ontspanning. Door toenemende kennis van eerst de dagvlinders werd er snel een overstap gemaakt naar Macrovlinders en daarna naar Micro's. Binnen de motvlinders raakte ik ge´ntrigeerd door de vedermotten (Pterophoridae), en vanaf 1978 werd deze familie het onderzoeksfocus. Wegens het ontbreken van overzichtsliteratuur werden in Europa en Noord-Amerika de grotere musea bezocht, om daar de typen te onderzoeken. Deze werden herbeschreven, de dieren gefotografeerd, en zo mogelijk werden genitaalpreparaten gemaakt, en de preparaten gefotografeerd. Vanaf 1980 lag het focus vooral op de dieren van de Nieuwe Wereld. In 1993 werden, ter ondersteuning van promotie onderzoek, delen van het biologie curriculum aan de UvA bijgewoond. In 1994 gevolgd door de promotie met als onderwerp "Generic revision of the Superfamily Pterophoropidea". Naast circa 10 artikelen met medische onderwerpen, zijn meer dan 100 artikelen over insekten gepubliceerd, de meeste over de vedermotten en Alucitidae. In 1995 werd de eerste volledige geillustreerde veldgids: "Microlepidoptera of Europe: Pterophoridae", uitgegeven. De laatste jaren zijn de eerste 5 delen van de revisie van de Neotropische vedermotten gepubliceerd, de laatste 3 delen zijn nog in voorbereiding. Voor de Nederlandse fauna is mijn belangstelling zich de laatste jaren gaan richten op andere orden: Stofluizen (Psocoptera) en Vlooien (Siphonaptera).(25 juni 2015).
Mr Haafkensstraat 36
4128 CJ Lexmond
Tel 0347-341555
Stuur email

Drs. M.J. van der Straten (Marja), penningmeester

Sinds mijn jeugd ben ik geïnteresseerd geweest in de natuur en genoot ik van de bossen rondom Hilversum, waar ik vandaan kom. Ook veel vrije dagen werden doorgebracht op Schouwen-Duivenland, waar mijn moeder vandaan komt. Daar genoot ik van de prachtige akkers en vogels, schelpen etc. langs de dijken van de Grevelingen.

De interesse in insekten begon tijdens mijn studie Biologie aan de Universiteit van Amsterdam, waarbij ik vooral ge´nteresseerd was in schadelijke insekten. Na een afstudeer-opdracht in Suriname ben ik uiteindelijk in Wageningen terecht gekomen.

Sinds 2004 werk ik daar bij een onderdeel van de NVWA (tot 2012 bekend als Plantenziektenkundige Dienst). Mijn hoofdtaken zijn het identificeren van insekten en het inschatten van risico's van niet-inheemse soorten die met de handel meekomen. Mijn expertise ligt bij de Lepidoptera en specifiek bij het identificeren van rupsen. Daarbij gaat de aandacht vooral uit naar soorten die niet in Europa voorkomen.
C. van Abkoudeplantsoen 35
6708 ST Wageningen
Tel: 0317 410467
Stuur email

Dr. O. Vorst (Oscar), bibliothecaris

Mijn eerste interesse voor kevers stamt uit 1979. Vooral waterbeesten, dus ook -kevers hadden in die tijd mijn aandacht. Wanhopig werd ik van het determineren van mijn eerste waterkevers met de NJN-tabel. Het op naam brengen van planten vond ik al lastig, maar ik kon me überhaupt niet voorstellen dat er iemand bestond die een waterkever kon determineren!

Na jaren fanatiek geploeter in mijn eentje heb ik me direct na de oprichting aangesloten bij de Sektie Everts. Langzamerhand had mijn aandacht zich verbreed naar alle Nederlandse kevers. Met name micro-Coleoptera en andere met de keverzeef te verzamelen torren hebben echter mijn diepere belangstelling: Ptiliidae, Scydmaenidae, Staphylinidae en Pselaphidae.

De laatste jaren heb ik ook meer in het buitenland verzameld (vroeger uit den boze!), vnl. Pselaphidae & Scydmaenidae. Mijn determinatie-frustratie heeft verder geleid tot een bovenmatige belangstelling voor kever-literatuur: ik heb inmiddels een uitgebreide bibliotheek met grotendeels nutteloze boeken. Houd me daarnaast noodgedwongen bezig met computers: samen met Jeroen Fokker werd het programma Orde ontwikkeld. Van beroep ben ik echter moleculair plantenbioloog.
Poortstraat 55
3572 HD Utrecht
Tel 030-2722209
Stuur email

Drs. O. Franken (Oscar), zomervergadering en webzaken

Mijn hele leven ben ik al ge´nteresseerd geweest in alles wat leeft en beweegt, en met name in de "kleine beestjes". Mijn interesse in de entomologie heeft echter pas op latere leeftijd een echte vlucht genomen toen ik na mijn master Ecology aan de VU, als promovendus aan de slag ging.

Mijn promotieonderzoek richt zich op het effect van extreme events (in mijn geval hittegolven) op de interacties tussen soorten in een levensgemeenschap, met de focus op bodem-invertebraten (met name Collembola en spinnen uit de families Linyphiidae, Lycosidae en Tetragnathidae). We proberen hierbij aan de hand van eigenschappen van de verschillende soorten te bepalen welke taxonomische groepen het meest gevoelig zijn voor extreme events, en hoe dat indirecte gevolgen kan hebben voor de rest van het voedselweb.

Naast de bodemorganismen ben is als hobbyist voornamelijk bezig met nachtvlinders. Ik heb dan ook regelmatig de lamp aanstaan op Schiermonnikoog (waar ik veldwerk doe) en sinds kort inventariseer ik ook in het Amstelpark, Amsterdam. Maar eigenlijk zijn alle taxonomische groepen interessant, dus ik probeer van alle groepen in ieder geval wat basis-kennis op te bouwen.
Stuur email